Leuk om weten.

 

 

 Aanschaf.

 

Vooraleer je overgaat tot de aanschaf van duiven moet je voor jezelf een  aantal bedenkingen afwegen. Wat moet er zoal gebeuren? Er moet vooraf een hok beschikbaar gezet worden ofwel een hok getimmerd worden. Duiven dienen voer te krijgen, er dienen dan ook voerbakken en drinkpotten aangeschaft te worden. Eventueel kan er ook voor nestgelegenheid gezorgd worden. Duiven koop je, net als een ander dier, niet zomaar!! Schaf je duiven aan, dan heb je er de verantwoordelijkheid voor. Je eerste duiven kopen is niet zoals de aanschaf van je eerste computer: je hebt geen idee waarop je allemaal moet op letten.

 

Enkele kenmerken voor een gezonde duif: actief, strak in de veren zitten en droge mest produceren. Een duif waarvan de veren bol staan en lusteloos is, en ook een dunne natte mest produceert, hoeft u zeker niet mee naar huis te nemen. In een duivenmand of kooi is dit allemaal wat lastiger te beoordelen. In haar eigen hok gedraagt de duif zich natuurlijker, en zal het afwijkend gedrag wat sneller opvallen. Kijk een duif altijd goed na voor u tot de aankoop overgaat. Vraag aan de kweker wanneer ze laatst ontwormd en ingeënt werd.

 

Eten & Drinken.

 

Voor de voeding van duiven beschikt men op de markt over een uitgebreide  gamma graanmengsels, opgebouwd uit granen, peulvruchten en zaden. De samenstelling van het mengsel is afgestemd op de behoefte van de duiven, en  varieert naargelang het seizoen en de te leveren prestatie. In de duivenwereld is er een enorm assortiment aan duivenvoer beschikbaar. Bewaar het voer in een koel en droog lokaal. Stockeer de zakken steeds op een pallet en schuif ze echter nooit tegen een muur, want die kan vocht afgeven. Je kan het voer eventueel overgieten in kunststof vaten met een deksel. Ratten en muizen lusten dit lekkers ook!

Duiven eten kan verschillende maanden bewaard worden, maar voor alle zekerheid hou de vervaldutum in het oog. Die vind je gewoonlijk op het etiket waarop de samenstelling wordt vermeld.

Duiven worden meestal tweemaal per dag gevoederd. In alle duivenvoer zit er een behoorlijk percentage gerst. Zeker is dat de duiven dit minder graag lusten. De gerst blijft altijd als laatste in de voerbak over, en wordt pas gegeten als de duiven honger krijgen. Ligt er een half uurtje na het voederen nog volop gerst in de voerbak, dat betekent dit dat u de duiven te veel voer geeft.Graan- en zaadeters waartoe ook duiven behoren, maken gebruik van steentjes om in hun maag het voer dat in de krop is voorgeweekt, fijn te malen. Kleine steentjes worden als mini molenstenen in de maag over elkaar heen gewreven waardoor het graan gekneusd wordt. Deze voorraad steentjes wordt door de duif regelmatig aangevuld. Een klein bakje met maagkiezel en duivengrit moet daarom altijd in het hok aanwezig zijn. Zorg ook dat het regelmatig ververst  wordt.

Naast voer is water een belangrijk element voor duiven!  Een duif heeft in verhouding veel vocht nodig. Onmiddellijk nadat ze hebben gegeten, zullen ze gaan drinken. Dit is noodzakelijk om het voer te kunnen verteren. Ververs dagelijks het water, maar maak ook de waterbak goed schoon. Dit voorkomt besmettingen door vervuild water. De meeste duiven houden ervan om ook nu en dan eens een fris bad te nemen. Zet hiervoor een bad gevuld met een paar centimeter water.  Zeker bij mooi weer is het voor de duiven een feest om hen in het water te zien spartelen. Na afloop liggen ze dan met uitgestrekte vleugels  in de zon te drogen. Ze kunnen wel zonder bad, maar willen ze hun veren in conditie houden, wat nodig is om ze tegen alle weersomstandigheden te beschermen.

 

Huivesting

 

Bij het plaatsen van een duivenhok is het aan te raden even langs het gemeentehuis te gaan. Zo kun je best de gemeentelijke regels volgen. Er zijn verschillende mogelijkheden van huisvesten mogelijk: een eenvoudig hokje tegen een muur, een fraaie til of een groot hok met verschillende  afdelingen. Om duiven in goede conditie te houden is het noodzakelijk om het hok schoon te houden, droog en tevens goed geventileerd. Daarbij  komt ook nog dat duiven zich pas lekker voelen als zij een hok hebben met een aangename temperatuur. Ideaal is dat de ochtendzon binnenschijnt in het hok.

 

Op de bodem van het hok kan men zand, houtsnippers of een rooster voorzien. Ook een kale bodem  wordt toegepast. Hierbij verstaan we dat er regelmatig mest gekrabd wordt, zodat een schoon hok verkregen wordt. Indien je weinig tijd kunt besteden aan het dagelijks onderhoud dan zijn roosters een betere oplossing. Droog zand dat minimaal twee keer per week wordt uitgezeefd, zorgt ervoor dat je hok er verzorgd uitziet, waardoor de mest droog blijft.  Houtsnippers blijven vaak lang in het hok liggen. De mest blijft droog, maar de hoeveelheid veren die de duiven verliezen, hoopt zich op. Roosters bieden het voordeel dat de meeste mest er door valt. Ook de veren, en meeste donsveertjes vallen door de rooster. Het hok ziet er daardoor eigenlijk altijd proper uit. Gebruik van toosters betekent wel dat je hok goed geventileerd en beslist kurkdroog moet zijn. Opgedroogde mest onder de roosters geeft geen problemen, maar vochtig mest is bron van besmettingen.

 

In het deel van het hok dat bestemd is voor de jonge duiven moet er echter voldoende zitplaats zijn. Het minimaal aantal is één zitplaats per duif. Beter echter is om meer zitplaatsen dan duiven te creëren, dit om geruzie zoveel mogelijk te beperken. De zitplaatsen kunnen bestaan uit zogezegde driehoekzitje dat aan de wand bevestigd wordt. Ofwel maak je een kast waarin elke duif een apart vakje beschikbaar heeft. De zitjes moeten zodanig geplaatst worden dat de uitwerpselen van de hoogzittende duiven hun collega’s die wat lager wonen niet kunnen bevuilen. Het is aan te raden om naast de zitplaatsen het hok ook te voorzien van een vensterbank. Duiven maken hiervan graag gebruik om in de zon te liggen en om te kunnen paraderen.

 

Naast voldoende zitgelegenheid van de duiven moet er in het fokgedeelte van het  hok ook voldoende broedgelegenheid zijn. Duiven willen hun eigen plekje hebben waarin het echtpaar heer en meester is. Wat rust tijdens het broeden en opfokken van jongen wordt hierdoor verzekerd. Dit betekent dat er minimaal één broedhokje per koppel duiven moet beschikbaar zijn. Een overschot is echter beter, omdat duiven erg kieskeurig zijn en er soms fel gestreden wordt om de beste plek! Voor hokken van alle afmetingen geldt steeds dat er goede ventilatie is die de gezondheid van de dieren waarborgt. Een hok dat regelmatig schoongemaakt wordt, niet te veel duiven bevat en goed geventileerd wordt, ruikt schoon. Voor duiven is dat heel belangrijk omdat ze veel zuurstof verbruiken.

 

Kweken.

 

Duiven houden zonder ermee te kweken is alleen mogelijk als je de doffers (mannetjes) en de duivinnen (vrouwtjes) apart huisvest, en hun geen vrije uitvlucht geeft. De voortplantingsdrang zit bij een duif zo diep dat het bij groepshuisvesting onmogelijk is tegen te houden. Kweken is juist één van de leukste onderdelen van het houden van duiven. U moet het kweken wel wat sturen, anders worden er op de meest onmogelijke tijden jongen geboren.  Jonge duiven hebben voldoende daglicht en warmte nodig om snel en goed te kunnen groeien. De maanden maart tot juni zijn de meest geschikte om duiven te kweken.

Bij de samenstelling van de kweekkoppels houdt je rekening met de verwantschap. Een goede inrichting van de broedhokken is daarbij noodzakelijk. Ieder toekomstig koppel moet kunnen beschikken over een eigen broedhok dat afsluitbaar is. Omdat er duiven bij elkaar worden geplaatst die elkaar misschien zelf niet zouden hebben gekozen, zullen ze eerste aan elkaar moeten wennen voordat ze elkaar als partner accepteren. In het broedhok plaatst je ook een broedschaal. U zult zien dat de doffers al heel snel in deze schaal gaan zitten en hun duivin beginnen te roepen. Zorg  dat er ook nestmateriaal ter beschikking is, al wat bruikbaar is wordt naar het nest gesleept. Zorg echter wel dat er een kuil in het nest aanwezig is, omdat anders de eieren gemakkelijk onder de broedende duiven uitrollen. Zijn de duiven gekoppeld dan volgt meestal na 10 dagen het eerste ei. Twee dagen het eerste ei wordt meestal een tweede ei gelegd. Het eerste ei wordt door beide duiven goed bewaakt, maar nog niet bebroedt. Als het tweede ei gelegd is, begint het broeden. Hierdoor wordt voorkomen dat er te veel leeftijdsverschil zit tussen het eerste en het tweede jong. Als alles goed gaat komen beide eieren de zeventiende dag kort na elkaar uit, en heeft u twee jonge duiven. Duiven worden blind en naakt geboren. De eerste week voeren beide ouders de jongen met een afscheiding uit de krop, zogenaamd kropmek of duivenmelk. Na een ruime week schakelen de beide ouders over op het voeren van graan. Na ongeveer drie weken worden de jongen zelfstandig.

 

Terug naar Postduiven.